Leen de Keijzer

Leen de Keijzer wordt geboren op 2 maart 1930 in Schalkwijk. Het gezin van vader Anthonius de Keijzer, een landarbeider, verhuist in 1939 naar de Binnenweg te Houten. Zoon Leonardus Martinus Josef volgt de lagere school, de avondschool, en wordt daarna timmermansknecht. In 1954 krijgt hij een aanstelling als ambtenaar bij de gemeente Houten (toen nog een gemeente van bescheiden formaat, 3.500 inwoners, bestaande uit de dorpen Houten en ’t Goy). Zijn timmermanskwaliteiten doen hem belanden bij de dienst gemeentewerken, inclusief Leen dan twee koppen groot.

Leen En Felixhoeve 1993Felixhoeve 1993. Leen voert de bezem over een fundament.
Foto: Otto Wttewaall

Binnen twee jaar na aanstelling vindt er een andere grotere omwenteling plaats in het leven van Leen. Zijn huwelijk met Henriëtte Prudence van Mil, op 21 augustus 1956. Hij heeft haar, een geboren Brusselse, ontmoet tijdens een dansavond bij Ossendrijver in Houten.

In 1962 is er de gemeentelijke herindeling: Schalkwijk en Tull en ’t Waal worden aan Houten toegevoegd. Leen blijft werkzaam in de buitendienst: onderhoud, reparatie, en schoonmaak van straten en panden blijven tot zijn takenpakket behoren.

Op 1 oktober 1989 komt pas een eind aan deze verbintenis. Vanuit zijn functie van technisch ambtenaar maakt hij gebruik van de toenmalige VUT-regeling.

Zijn functie levert Leen meer dan alleen een salaris op. Vanaf het moment dat hij gaat werken in de buitendienst van de gemeente Houten is hij al op oude scherven gestoten die her en der aan de oppervlakte liggen. Deze neemt hij mee naar huis. Zijn nieuwsgierigheid naar hun herkomst aangewakkerd, begint hij zich al snel te verdiepen in onderwerpen die verband houden met de bewoningsgeschiedenis van Houten en de voorwerpen die hij regelmatig op zijn pad vindt. Gelukkig heeft zijn vrouw Henriëtte ook schik in deze verzamelwoede.

1957 is een belangrijke datum in de archeologische historie van Houten. Het ROB verzorgt de opgraving van een Romeinse villa aan de Burgemeester Wallerweg. Leen wordt vanuit de gemeente aangewezen om daarbij te assisteren.

Op initiatief van Leen en toenmalig burgemeester Haefkens wordt nog datzelfde jaar in Houten een oudheidkamer ingericht. Leen wordt haar beheerder, en blijft dat tot 1980, wanneer de oudheidkamer wegens ruimtegebrek tijdelijk wordt opgeheven.

Voorts geeft hij ondersteuning bij de totstandkoming van een gemeentelijke monumentenlijst in 1962-63.

De archeologische en historische interesses van Leen krijgen een nieuwe impuls in 1966. Op 29 maart van dat jaar wordt een historische kring opgericht in Bunnik. Deze is bedoeld voor Bunnik, Odijk en Werkhoven. Op voorstel van Leen worden Houten, ’t Goy en Schalkwijk aan deze lijst toegevoegd. Het werkgebied omvat nu het gehele Kromme Rijngebied. De historische kring wordt dan voluit Historische Kring tussen Rijn en Lek. Leen is haar voorzitter van 1982 tot 1989.

De kring richt in 1969 ook haar eigen archeologische werkgroep op. Deze houdt zich aanvankelijk bezig met het verzamelen van oppervlaktevondsten. Bij Leen en Henriëtte thuis, de woning aan de Binnenweg, vindt het wassen, determineren, registreren en opbergen van vondsten plaats.

De eerste opgravingen van de prille, nog niet officieel opgerichte werkgroep betreffen onderzoeken naar een afval/waterput in Odijk, en naar een steenoven in ’t Goy.

Andere plekken waar de archeologische werkgroep onder leiding van Leen graafonderzoek verricht zijn op Tiellandt en op Zorgvliet; daarnaast assisteert zij bij diverse ROB- en ADC opgravingen.

Ook op publicitair vlak blijft Leen actief. Een volledige publicatielijst past niet in dit artikel, maar om er toch één te vermelden: De Kerk van Herlulf als Middelpunt van het oude Dorp, een postume publicatie uit 1995 (Historische Reeks Kromme-Rijngebied 3).

Leen de Keijzer, altijd een toonbeeld van activiteit en blakende gezondheid, wordt geveld door een aandoening die zich bij hem kenbaar maakt in de loop van 1994: darmkanker. Hij overlijdt op 19 september 1995 na een langdurig ziektebed.

Niet lang daarna besluiten de werkgroepleden hun eer aan Leen te betonen door zijn naam aan de werkgroep te verbinden. AWG ‘Leen de Keijzer’ is een feit.

Vele archeologische onderzoeken volgen—teveel om op te noemen: Beusichemseweg, Kniphoek, Heemstede, Rietplas . . . . . etc.

Maar er zijn ook gebeurtenissen van een heel andere aard. Bijvoorbeeld in 2002 de voltooiing van de restauratie van kasteel Heemstede, dat in 1987 door brand wordt verwoest en waaruit Leen zelf nog waardevolle kunstvoorwerpen weet te redden. Of de spectaculaire vondst van een deel van een Romeinse grafsteen bij de Molenzoom in april 2000. Of de tentoonstellingen ter gelegenheid van 35- en 40-jarig bestaan.

De werkgroep krijgt na de dood van Leen een reeks nieuwe onderkomens in noodlokalen van basisscholen, die haar worden toegewezen door de gemeente. Voor dergelijke scholen spant de werkgroep zich altijd graag in om archeologisch-educatieve presentaties op te voeren.

Dat de werkgroep zich niet langer moet behelpen in noodaccommodaties, maar in 2009 in het juist gerestaureerde Oude Station van Houten zijn intrek doet, is in de media al voldoende gememoreerd. Vanzelfsprekend genereert deze (hopelijk) laatste overgang veel drukte en kluswerk. Maar de wil om een mooi, nieuw hoofdstuk te beginnen in haar meer als 40-jarige bestaan is groot.

Juist in deze tijd bereikt ons het droeve bericht dat Henriëtte, de weduwe van Leen, op 8 november 2008 thuis is overleden.

Zij is op 13 november begraven, naast haar man, op het rooms-katholieke kerkhof in Houten.

 

Bronvermelding:

Literatuur:

1) Het Kromme Rijngebied (2002), pp.100-105, C. Dekker
2) Westerheem (Augustus 2005), pp.168-172, Anton van Schip