Romeinse muziek

Ja, natuurlijk hielden ook de Romeinen van muziek. Er is zeker het een en ander over bekend. En ook over de instrumenten die ze bespeelden.

Leuk om tijdens deze tentoonstelling iets te kunnen laten horen


Hierbij een uittreksel uit Wikipedia:

Overzicht[bewerken]

Veel van wat de West-Europese cultuur betreft in termen van filosofie, wetenschap en kunst heeft zijn oorsprong in de cultuur van het oude Griekenland. Met muziek is het niet anders. Muziek speelde een grote rol in de levens van de oude Grieken en was haast alom tegenwoordig in de samenleving, van huwelijk tot begrafenis, de religieuze ceremonie, toneel, volksmuziek en het reciteren van grote epische gedichten als Homerus en anderen. Er zijn belangrijke fragmenten gevonden van genoteerde Griekse muziek en vele literaire toespelingen op muziek, zodat voor een behoorlijk gedeelte duidelijk is hoe de muziek gespeeld en geklonken moet hebben en welke rol muziek speelde in het maatschappelijk leven. Ook het belang van professionele musici verschijnt in de bronnen. Op afbeeldingen (op vazen bijvoorbeeld) staan vele taferelen van musici. Het woord muziek krijgt zelfs in deze cultuur zijn naam, van de muzen, de dochters van Zeus, die symbool staan als de godinnen van het creatieve en intelligente.

Muziek der sferen[bewerken]

Vaak wordt de term muziek der sferen gebruikt en Pythagoras en zijn volgelingen aangehaald, daar die de fundamenten van onze kennis over boventonen (hoe snaren en luchtkolommen trillen en hoe hun boventonen in verhouding tot elkaar staan) versterkten.

Belangrijk om te weten is dat de gehele studie van deze zaken bij de Grieken niet gericht was op het spelen van muziek, maar dat het een wiskundige en filosofische beschrijving betrof van hoe het universum in het algemeen werd waargenomen als een constructie die de wetmatigheden en kosmische harmonie (tussen zon, maan, en planeten) weerspiegelde. Mensen zongen en speelden echter instrumenten reeds lang voor Pythagoras, zonder veel besef dat er natuurkundige wetmatigheden of regels aan muziek en samenklanken ten grondslag lagen, en ook na Pythagoras veranderde dat niet veel.

Wetmatigheden[bewerken]

Zeker is dat op zijn minst veel muziek al de principes van Pythagoras in de praktijk volgden, met of zonder bewustzijn van diens formele kennis. Mensen schijnen van nature, haast universeel aanleg te hebben om consonantie van octaaf, kwint en kwart waar te nemen, en ze hoeven daarbij niet te weten dat de meetkundige verhoudingen daarvan 1:2, of 2:3 of 3:4 zijn. Derhalve heeft Pythagoras slechts een manier gevonden om deze natuurlijke harmonie in een wetmatigheid te formuleren. Echter, zodra de formele theorie bestond is deze zeker ook gebruikt en toegepast, en had hij gevolgen voor welke intervallen wel en niet gespeeld kunnen worden, en er ontstonden systemen waarin correctheid van progressies van toonhoogten en intervallen tot stijl, modus, of regel verheven werden. De resulterende toonladders werden modus genoemd, en werden cruciaal voor de verdere ontwikkeling van de West-Europese muziek.

De originele Delphische Hymne uitgehakt in Grieks schrift

Delphische Hymne uitgewerkt in notenschrift

Magische kracht[bewerken]

De magische kracht van muziek was bij de Grieken net zo belangrijk als bij de Oosterse volkeren. Die muzisch-magische kracht werd in het dagelijks leven ook verondersteld, in bijvoorbeeld de genezing van het lichaam. Voorbeelden zijn de Jubelzangen voor Apollon, genezingsliederen die leken op Sjamaanse riten. Athenaeus van Naucratis veronderstelde circa 200 na Christus dat bijvoorbeeld mensen die last hadden van ischias door fluiten die in de frygische toonladder spelen, van hun kwaal verlost zouden worden. Aristoteles merkte op dat godsdienstwaanzinnigen met zorgvuldig gekozen melodieën tot zichzelf zouden kunnen komen. Dit soort geloof in de kracht van muziek verklaart mede waarom Thaletas, een componist uit Kreta, rond 650 voor Christus, aan de zijde van Lycurgus, de wetgever van Sparta schreed. Die Spartanen kregen van het orakel van Delphi het advies om de musicus Terpandrus te raadplegen omdat zijn muziek vrede zou oproepen.

Ethos[bewerken]

Plato riep in de 4e eeuw voor Christus op om de staat te grondvesten naar analogie van de ordening van muziek, net als Confucius honderd jaar eerder in Chinahad gedaan. Hoewel strak aan muzikale tradities werd vastgehouden waren veel van de wetenschappelijk ingestelde Grieken niet steeds meer tevreden met die tradities, het geloof en de ondervinding. Er ontstond behoefte aan een doordacht systeem en een theorie van het ethos van de muziek, en dit systeem werd gebouwd naar model van de kosmologie van het Oosten: bepaalde melodiepatronen hingen samen met bepaalde planeten en daardoor ook met de ethischeeigenschappen van de mens, zoals de majesteitelijkheid van Jupiter, de mannelijkheid van Mars, de vrouwelijkheid van Venus, de droefheid van Saturnus. Aristoteles zei in zijn Politeia: “Bij de muzikale modi verschilt de een van de ander, en wie ernaar luisteren, zullen door elk ervan geroerd worden. Enige ervan wekken droefenis, bijvoorbeeld de Mixolydische, andere verzwakken de geest, weer andere bewerken een rustige overtuigde houding, hetgeen men in het bijzonder kan zeggen van de Dorische, terwijl de Frygische geestdrift opwekt“. Maar er was geen duidelijk eenstemmige consensus over deze indeling. Andere auteurs noemen juist de Dorische mannelijk en strijdlustig, enzovoorts.

De stelling dat deze Dorische, Frygische, Lydische en Mixolydische toonladders van elkaar afweken door de stemmingsinvloed, maar vooral door de intervalverdelingen, de afwisseling van hele en halve tonen, precies als bij onze kerktoonladders en ons majeur en mineur is niet geheel juist. De modale toonladders bestonden uit levenloze rangschikkingen, en hadden als zulke theoretische entiteiten geen betekenis voor het ethos. Veel waarschijnlijker is het dat bepaal de melodische patronen die weliswaar uit modaal materiaal waren opgebouwd, bepalend zijn geweest voor de ervaring van dat ethos, met andere woorden: waarschijnlijk hebben de Grieken iets gekend dat leek op de Indiase raga‘s en de Arabische maqams. Dus de Grieken moeten melodische patronen gekend hebben.

Muziekonderwijs[bewerken]

Pan die Daphnis les geeft op de fluit.
Kopie van een marmeren beeld door Heliodorus. Ca. 100 v.Chr., gevonden in Pompeii, uit de collectie van het Napels Archeologisch Museum, foto uit 1999

Bij de Grieken zat muziek, inclusief fluit- en lierspel, in het onderwijspakket, en het werd als een der belangrijkste vakken beschouwd. In Arcadië was muziekles verplicht tot het 30e levensjaar.[7]Maar betrekkelijk weinig van de muziek werd door beroepsmusici uitgevoerd, en slechts de oude barden die de Homerische epossen voordroegen, zichzelf dikwijls instrumentaal begeleidend, werden als beroepsmusici gezien. Deze barden deden ook aan muziekwedstrijden, en werden doorgaans verwend, en reisden vaak van stad tot stad om op te treden.

Toepassingsgebieden[bewerken]

Muziek was ook onderdeel van het Drama, waarbij acteurs tevens zongen, reciteerden, en waarbij een koor van achtergrondacteurs commentaren zong. Deze praktijk van strofe, antistrofe, slotzangen en beurtzangen leidde later tot de bar-vorm AAB van de troubadours, Minnezangers en Meesterzangers.

Muziek was geheel onmisbaar bij plechtigheden, processies, orakelraadplegingen, bij feesten en in de huizen. De meeste muziek was vocaal, omdat de combinatie van tekst en muziek de muziek een duidelijke betekenis gaf. Plato vroeg zich bijvoorbeeld af wat een melodie of ritme zonder tekst zou kunnen betekenen. Hierdoor bleven de instrumenten, die hoofdzakelijk ter ondersteuning van de zang werden gebruikt, in een laag ontwikkelingsstadium steken. Pas na de gouden eeuw van Perikles werden de instrumenten sterk verbeterd en ontstond er belangstelling voor puur instrumentale muziek.

Structuur van de muziek[bewerken]

Omdat harmonie niet als zodanig gekend werd en meerstemmigheid vaak bijkomstig was, was de Griekse muziek in essentie melodisch en ritmisch gestructureerd, een geregelde opeenvolging van toonhoogten en tijdwaarden. Elk van deze elementen was sterk gerelateerd aan de dichterlijke versvoeten als jambe, dactylus, trochee, anapest. Vandaar dat componisten in die tijd zich nauwelijks bekommerden over notatie van de ritmiek, omdat die vanuit de tekst bekend verondersteld werd. En de volgorde van de tonen kwam overeen met de natuurlijke stembuiging van het Grieks: stijgend met een acutus, daarnaast de gravis voor meer dalende beweging, en de circumflexis, waar er rond dezelfde toonhoogte werd gesproken. Er waren voorts twee scholen die de muziektheorie uit die tijd gestalte gaven: de school die meer op het oor besliste, van Aristoxenos (rond de 4e eeuw voor Christus) en de school van meer mathematische benadering, van Ptolemaeus, rond de 2e eeuw na Christus. Doordat er veel verschillende opvattingen waren, ontstonden niet minder dan 8 verschillende soorten tertsen, zeven verschillende hele tonen, dertien kwarttonen, en negen microtonen. In de praktijk deed elke zanger wat hem het best scheen. De Grieken voelden zich ook vrij om twee tetrachorden aan elkaar te verbinden tot een diatonische toonladder. Een dergelijke overvloed aan theorie en praktijk was geen chaos, maar een poging te komen tot legalisatie van de meest toonaangevende stromingen.

Relatie met andere wetenschappen[bewerken]

Muziek werd onderdeel van studie voor zowel musici, als theoretici als filosofen, mathematici, geleerden en historici. Nieuwe onderzoeksterreinen als akoestiek, psychologie van de muziekervaring, trillingsfrequenties werden ontgonnen.

Historische bronnen[bewerken]

Van de Griekse muziek uit de oudheid zijn slechts 11 stukken hetzij op perkament hetzij op stenen gegraveerd, bewaard gebleven, waaronder 2 hymnen aan Apollo, 1 drinklied (Skolion), het Seikiloslied, geschreven door ene Seikilos in de 1e of 2e eeuw voor Christus, 3 plechtige hymnen van Mesomedes (2e eeuw na C.), de 1e Pythische ode van Pindarus (waarschijnlijk een vervalsing). Opmerkelijk is dat de meeste van de bewaard gebleven stukken vocaal waren, en dat het enige korte instrumentale stuk waarschijnlijk een oefening voor de lierspeler is geweest.[8]

 

Rome:

Overzicht van het Romeinse Rijk

De Romeinen namen veel (vooral theoretische) kennis en gebruiken van de Grieken over. Niet enkel werd het Griekse godensysteem verromeinst, maar ook in dagelijkse zaken zijn veel erfenissen zichtbaar. Reeds voor de geboorte van Christus bijvoorbeeld was er sprake van de Ritus Graecus, de Griekse rite, en kenden de Romeinen een vereniging van Griekse zangers. Maar bovenal namen ze het theoretische systeem der Grieken over in de latere ontwikkeling. Tijdens de Romeinse tijd werden diverse militaire blaasinstrumenten ingevoerd van het type hoorn of trompet, het cornu, de lituus en de tuba.

Omdat het Romeinse Rijk zich over een groot gebied uitstrekte was er een voortdurende toevloed en uitwisseling van uitheemse stijlen, uit West- en Noord-Europa, uit Azië, uit Afrika en andere gebieden, zoals het gebied van de Etrusken.

In de hedendaagse Italiaanse liederen en volksmuziek zitten nog archaïsche tendensen, die teruggaan op deze Groot-Italiaanse en niet zozeer enkel op Griekse invloeden. De gezangen van de katholieke kerk groeiden ten tijde van het Romeinse Rijk op Italiaanse grond, en sluiten Italiaanse invloeden in zich. Echter is er bijna geen bron van de oude Italiaanse muzikale taal bekend. De vele uit de Griekse cultuur overgenomen terminologie die de Romeinen hanteerden kan derhalve niet steeds eenduidig worden uitgelegd wanneer men het over de Romeinse muziek heeft. Daarnaast lijkt het absurd om te veronderstellen dat gedurende meer dan 500 jaar van het Romeinse Rijk de Romeinen zelf louter op Griekse oude muziek zouden zijn teruggevallen. Gezien het peil waarop beschaving in het Romeinse Rijk opbloeide mag men veronderstellen dat ook de muziek zich verder ontwikkelde [9].

Dat zoveel nationale stijlen op een gegeven moment opgingen in een homogene katholieke stijl kwam doordat veel landen rondom het oostelijk deel van de Middellandse Zee een idioom kenden dat ondanks onderlinge verschillen toch veel overeenkomsten met elkaar vertoonde. Hoewel er weinig bekend is van oude gezangen, is wel bekend dat instrumentarium in verschillende landen werd gebruikt en uitgewisseld, zoals de opmerkelijke dubbelhobo’s van de Perzen en Egyptenaren, die tevens in Rome werden gebruikt. Ook de ‘lyra’ die de Nubiërs in het Boven-Nijl gebied spelen op de wijze van de oude Grieken duizenden jaren eerder is een voorbeeld van zo’n kruisbestuiving. Het antifonaal zingen, met wisselkoren, werd aangetroffen in Mesopotamië, Libië en de Afrikaanse kustlanden. Ook dit element namen de Romeinen over, en geraakte later in de kerkmuziek verweven.

De invloed van de taal was ook groot: veel vocale muziek nam steeds meer de Latijnse, Romeinse dialecten over, zodat ook de Latijnse teksten, immers de officiële taal, over het hele Romeinse Rijk werden verspreid in de vroeg-christelijke muziek.

 

MUZIEK IN DE OUDHEID

De oudste muzieknotatie tot nu toe ontdekt stamt uit 1950 voor Christus. In deze muzieknotatie geeft men instructies voor het spelen van een ‘hymne’. Dit is een soort lofzang, vaak geschreven voor adoratie of gebed. In de oudheid was er dus al sprake van muziek. Wat was de functie van muziek voor de Oude Egyptenaren, de Oude Grieken en de Romeinen?

Het Oude Egypte

Over het algemeen speelden muziek en dans een belangrijke rol in de Oude Egyptische samenleving. Dit is duidelijk geworden uit reliëfs van dansende Egyptenaren in tempels en tombes. Muziek had dan ook verschillende functies. De Egyptenaren maakten muziek om de zorgen te vergeten, plezier te maken en om goden te eren door middel van hymnen. Muziek werd overal gespeeld: tempels, paleizen, werkplaatsen, boerderijen of slagvelden. Muzikanten die in de tempels speelden werden zeer gewaardeerd door de maatschappij, in tegenstelling tot muzikanten die op feesten speelden. Tevens stonden muzikanten die aan het hof van de farao mochten musiceren ook hoog op de sociale ladder.

Ritmische begeleiding en melodie

Slag-, snaar- en blaasinstrumenten waren de meest gebruikte instrumenten. Denk hierbij aan de crotales, de aulos en de harp. Deze instrumenten en handgeklap zorgden voor ritmische begeleiding voor de melodie, die vaak gezongen werd. De melodie en de ritmische begeleiding werden in het Oude Egypte ook al gedirigeerd door één persoon. Hoe de muziek uit deze tijd precies heeft geklonken is nog onduidelijk, omdat musicologen de muzieknotatie reliëfs nog niet hebben kunnen ontcijferen.

De aulos

De crotales

De harp

 

De Oude Grieken

Muziek speelde bij de Oude Grieken, net als bij de Oude Egyptenaren, een erg belangrijke rol in de samenleving. De Oude Grieken musiceerden op begrafenissen, huwelijken, religieuze ceremonies, toneelstukken, volksmuziekstukken, epische gedichten en zelfs bij de Olympische Spelen. De belangrijkste functie van muziek was een mythische. Deze feiten zijn duidelijk geworden doordat de Oude Grieken hun muziek genoteerd hadden op perkament of stenen. Hierdoor is duidelijk hoe zij muziek speelden, hoe het geklonken moet hebben en welke functie het had in de maatschappij. Daar is bijvoorbeeld ook duidelijk uit geworden dat de Oude Grieken onderwijs kregen in muziek.

Wind en water in muziek

Net als in het Oude Egypte werd er bij de Oude Grieken gebruik gemaakt van slag-, snaar- en blaasinstrumenten. De instrumenten waren vooral de lier, de kithara, de aulos, de panfluit en de hydraulos. De kithara was vergelijkbaar met de lier maar meer uitgebreid en lastiger te bespelen. Vaak bestemd voor de professionele musici, terwijl de lier bestemd was voor de volk musicus. Een ander opvallend instrument van de hydraulos. Een keyboard instrument dat gebruik maakte van de wind om de pijpen van een constante stroom van water en druk te voorzien, waardoor er geluid uit het instrument kwam.

De lier

de Kithara

De panfluit

De hydraulos

Het Oude Rome

Muziek in het Oude Rome was grotendeels een mengelmoes van verschillende invloeden. Vanwege de omvang van het Romeinse Rijk waren er invloeden uit West- en Noord-Europa, Azië, Afrika, het gebied van de Etrusken, uit het Oude Egypte en vooral uit Griekenland. Vanuit deze invloeden ontwikkelden de Romeinen hun eigen muziek. Zij gebruikten ook ongeveer hetzelfde muzieknotatie systeem als de Oude Grieken. Hierdoor weten wij nu hoe zij muziek speelden, hoe het klonk en wat de functie van de muziek was. Naast de religieuze functie die muziek had, had deze ook een onderwijzende functie en een saamhorigheidsfunctie. Er werden namelijk muziek wedstrijden georganiseerd waar veel mensen samenkwamen.

Romeinse instrumenten

De Romeinen hadden, naast de bekende instrumenten zoals hierboven genoemd, verschillende instrumenten die minder populair of niet betekend waren bij de Oude Egyptenaren of de Oude Grieken. Voorbeelden hiervan zijn de Romeinse Tuba, de Cornu (de hoorn) en de askaules (de doedelzak). Deze instrumenten waren vooral belangrijk in de militaire sfeer. Daarnaast maakten de Romeinen gebruik van zogeheten klappers, ratels, bellen of tamboerijnen om de maat aan te geven.

De Romeinse tuba

De cornu