Goed gevormd: Aardewerk uit de Bronstijd

AARDEWERK UIT DE OVERGANG LATE STEENTIJD NAAR DE BRONSTIJD

(± 2100 – 1800 v Chr. tot 800 v Chr.)

Het handgemaakte aardewerk uit die tijd is dikwandig, met steengruis gemagerd  en meestal oranje tot lichtbruin of roze van kleur. Het oppervlak is ruw van structuur. Naast steengruis en kwartsgruis komt later o.a ook aardewerkgruis als magering voor als indicatie van hergebruik van oude potten.

De kwaliteit van klei verschilde nogal, waardoor er tijdens het drogen krimpscheuren konden ontstaan. Om deze problemen tegen te gaan, werden er materialen aan de klei toegevoegd en dat wordt magering genoemd.

Aardewerk uit die tijd kon versierd zijn met opgelegde banden en/of doorboringen onder de rand.

Verder door lijntjes, vinger/nagelindrukken, wikkeldraad of kleine inkepingen d.m.v. een botje of houtje.  Zowel de mate van, als soort versiering zijn een indicatie voor de datering; hoe jonger, des te minder versiering op het aardewerk.

Er komen ook gemagerde scherven voor die een meer bladerdeegachtige structuur laten zien, terwijl het oppervlak wat gladder is afgewerkt. Deze scherven dateren uit de late Steentijd of begin Bronstijd en kunnen versierd zijn met ‘vroege’ versieringselementen zoals wikkeldraadstempels. Het werd gemaakt met behulp van een stokje of koord waaromheen een draad gewikkeld was. Hiermee ontstond een op prikkeldraad gelijkend patroon. De aanwezigheid van wikkeldraadbekers/potten op een locatie wordt gezien als een overgangsperiode; een teken van het einde van de late Steentijd en het begin van de vroege Bronstijd ± 2100 – 1800 v Chr.


OUDSTE BEKENDE SCHERF uit Houten

In verband met een aanstaande spoorverdubbeling tussen Vleuten en Houten werd er in 2007-2008 archeologisch onderzoek ter hoogte van het huidige Stadsverwarmingscentrum bij het Raaigras uitgevoerd. Tijdens dat onderzoek zijn de oudste bekende keramiek scherven van Houten opgegraven uit vullingen van een oude poel of geul. Ze dateren uit de overgangsperiode van het laatste deel van het Neolithicum (Steentijd) en begin van de Bronstijd ruim 4000 jaar geleden. Deels is er een restauratie uitgevoerd. Zie foto.

De scherven zijn van een (wikkeldraad)bekerpot en een deel van die pot kon gerestaureerd worden en werd daarna bewaard in het Provinciaal Depôt.

Het onderdeel van die oudste Houtense aardewerkscherf is waarschijnlijk onderdeel van een pot die in verband wordt gebracht met bijzetting van een dode. Waarschijnlijk is de pot bij overstromingen van de rivier de Rijn en zijn geulen op zijn uiteindelijke Houtense plek terechtgekomen.

Vóór deze vondst is er in 1985/86 al zo’n soort oude keramiekscherf gevonden. Zie foto.

In juli 2014 toonde een gepensioneerde kraanmachinist de Archeologische Werkgroep een bijzondere potscherf. Hij had hem gevonden op ± vier meter diepte in 1985 of 86 tijdens graafwerkzaamheden t.b.v. een tunnel onder het spoor door aan de Koppeling in Houten Die randscherf   komt sterk overeen met het in 2007 opgegraven exemplaar. Ook die scherf is waarschijnlijk door overstromingen van zijn oorspronkelijke plek bij de Koppeling terecht gekomen aangezien er ook geen andere scherven bij lagen.

Er werden foto’s gemaakt maar de scherf werd helaas niet bij de AWG in bewaring gegeven.

Bronstijd scherf: deze gaatjes zijn gemaakt d.m.v een (hol) vogelbotje of een stukje riet in de klei te drukken. 

Zwart geblakerde Bronstijd randscherf