Toepassingen van tegels in Nederlandse huizen en boerderijen 

Door de handel van de VOC met Azië in de zeventiende eeuw kwam er een grote groep welvarende burgers die het zich kon veroorloven om hun woning met tegels comfortabeler en aantrekkelijker te maken. Het gebruik van wandtegels nam ook toe doordat houten huizen werden vervangen door bakstenen huizen. Hiervoor waren diepe funderingen nodig. De vele grachten in de Nederlandse steden hadden tot gevolg dat er vaak water door de funderingen drong en dat het vocht optrok in de muren. Om het vocht te weren werden tegels gebruikt in de kelders. Ook werden ze als plint toegepast om de kieren tussen de houten vloeren en de gepleisterde muren te dichten als maatregel tegen ongedierte. In de schouw gaven tegels een brandvrij oppervlak en bovendien reflecteerde de geglazuurde oppervlakte de warmte beter de kamer in. Geglazuurde tegels waren beter schoon te houden, wat met name in keukens hygiënischer was. 

Binnenmuren werden vaak behandeld met witkalk, dat bij aanraking aan de kleding bleef hangen en daarom werden de meestal smalle trappenhuizen met tegels afgewerkt.  

Tegels werden ook gebruikt om muurnisjes te bekleden, zodat daarin veilig kaarsen konden branden.  

Een voorbeeld van nis-tegels zijn de twee tegels met kat/marter (?) en vos die de archeologische werkgroep “Leen de Keijzer” heeft opgegraven bij de voormalige boerderij “De Fox” in Houten. 

Ook de boeren profiteerden van de toenemende welvaart. Door drainage werd extra landbouwgrond gewonnen om aan de toenemende vraag van de snelgroeiende steden te voldoen. Boeren werden rijk en aapten de stadsbevolking na. Zo werden tegels in de tweede helft van de zeventiende eeuw in toenemende mate gebruikt voor grote schouwen in boerderijen. Soms werden zelfs complete kamers betegeld. Aangezien de mode op het platteland minder snel veranderde bleven de betegelde schouwen gedurende de gehele achttiende eeuw deel uitmaken van de architectuur van boerderijen.